Maltese Gezondheidszorg

In Malta zijn ze trots op hun gezondheidszorg. Als je werkt in Malta heb je automatisch recht op gezondheidszorg, zonder specifieke verzekering (al zijn de laatste jaren zorgverzekeringen voor privéklinieken steeds meer ik trek – en ik weet ondertussen waarom), maar ook met een Europese zorgkaart (EHIC) helpen ze je gratis. Ik heb al sinds de kerstvakantie last van de zijkant van mijn buik en besloot het medische systeem eens te testen.

Op internet lees ik dat er al sinds 1392 een ziekenhuis op Malta staat. Ondertussen hebben ze acht openbare ziekenhuizen en vijf privéklinieken, waaronder Mater Dei – een van de grootste medische gebouwen in Europa. De wiki over het Maltese systeem vermeldt dat ze in 2000 in de top 5 stonden van de WHO ranking van gezondheidszorgsystemen. Vorig jaar stonden ze echter op plek 28 (van de 37) in een Europese ranking (wie staat op nummer 1? Jup, Nederland :D)

Mater Dei

(Mater Dei)

Ik had op internet gelezen dat zolang ik niet koortsig of misselijk was of problemen had op het toilet er eigenlijk niets aan de hand kon zijn. Maar ik had er ondertussen vrij lang last van, dus ik besloot naar een huisarts te gaan. De huisarts zei dat het eigenlijk niets serieus kon zijn, maar hij snapte ook niet hoe de pijn zolang kon duren als het gewoon een spiertje was. Het zou toch jammer zijn om een blindedarmontsteking of nierproblemen over het hoofd te zien, dus hij raadde een bloedtest aan. Bovendien was het ziekenhuis toch gratis. Hij vertelde me dat ik een bloedtest en eventueel een scan kon krijgen bij de eerste hulp van het ziekenhuis. Ja, je leest het goed. Geen afspraak maken bij een lab, gewoon bij de eerste hulp langs… Hij zei dat dit natuurlijk geen spoed was, dus dat het zo drie uur kon duren voordat ik geholpen zou worden – maar het was wel gratis. Ik betaalde hem cash voor zijn consult en hij vroeg of ik een bonnetje wilde. Hij had waarschijnlijk liever van niet, want het blijft natuurlijk een Mediterraans land.

De volgende dag was ik om 9 uur bij de eerste hulp van het ziekenhuis. Ik toonde aan dat ik bij de universiteit werk en mocht gaan zitten in de wachtruimte. Ik las even de krant, realiseerde dat ik mijn boek vergeten was en werd opgeroepen. Chill. Het wachten viel mee. Ik kon mijn klachten vertellen, gaf mijn verwijzing van de huisarts (die ongelezen weg werd gelegd) en mocht weer terug naar de wachtruimte. Mijn naam zou omgeroepen worden. Tweeënhalf uur later (hee – precies binnen de drie uur) werd mijn naam omgeroepen. Ik mocht opnieuw mijn klachten vertellen en de arts deed precies dezelfde handelingen als de huisarts. Inderdaad, het was waarschijnlijk niks, maar laten we toch maar een bloedtest doen. De assistent zou zo komen.

Twintig minuten later kwam ze langs en na een pijnlijke bloedprik (ze kon de ader niet goed vinden) verdween ze weer. Twintig minuten later kwam de dokter weer binnen. Hij had de uitslag nog niet, dat kon nog wel een uur duren. Hij vroeg of ik in de wachtruimte wilde wachten zodat ze het bed konden gebruiken. Natuurlijk wilde ik dat, ik had immers niet echt een bed nodig en ik had hem al drie kwartier bezet gehouden.

Anderhalf uur later werkte ik me voorbij de beveiliging om geïrriteerd aan de assistent te vragen hoe lang die stomme test nog duurde. Een arts mengde zich in het gesprek en zei dat het wel eens drie uur duurt als het geen prioriteit heeft. Boos zei ik ze dat ik ook een leven heb en dat ik al ruim vijf uur aan het wachten was.
“Op de bloedtest??”
“Nee, in totaal…”
“Tja…”
Aargh. Ik liep boos weg. Even later werd ik toch opgeroepen en kreeg ik de resultaten van de arts. Niets te zien, heel gezond. En eigenlijk zou hij me sowieso pas behandelen als ik koortsig of misselijk was of problemen had op het toilet. Geïrriteerd nam ik de twee paracetamol aan die hij me aanbood (je moet toch iets). Ik vroeg of ik niets anders had kunnen doen, zodat ik niet 6 uur had hoeven wachten; een afspraak maken of zo, aangezien ik ook wel snapte dat ik geen spoedgeval was. Nee, dit was de enige manier. Vroeg aanmelden en hopen dat het rustig is.

Eenmaal terug op het werk vroeg ik een Maltese collega waar die reputatie van de Maltese gezondheidszorg vandaan kwam, aangezien het vrij inefficiënt op mijn overkwam. Hij was het met me eens over de inefficiëntie. Zijn moeder werkt toevallig als arts en hij had gezien dat vrijwel alle administratie nog op papier gedaan wordt. Dus als je als patiënt er vaker komt, wordt er naar de archieven heen en weer gelopen om je map op te halen. Hij zei “de Maltese zorg is erg goed in de zin dat er veel behandelingen beschikbaar zijn en dat deze gratis worden aangeboden, maar dat betekent niet per se dat ze goed zijn in de omgang met de tijd van patiënten.” Mijn leidinggevende mengde zich in het gesprek en raadde me aan de volgende keer naar een privékliniek te gaan. “Je betaalt gewoon een tientje en dan sta je binnen een half uur weer buiten. Dan heb je ten minste je werkdag nog.” Dat advies had ik graag eerder gehoord.